post secret hourbour Vergroot je zelfvertrouwen op het werk — Werk dichter bij huis

Vergroot je zelfvertrouwen op het werk


Zelfvertrouwen op het werk vergroten

Met een gezonde dosis zelfvertrouwen durf je het beste van jezelf te laten zien.
Heb je dat niet? Je kunt er wat aan doen!

Mensen leunen voor hun zelfvertrouwen te sterk op hun prestaties, zo blijkt uit het zelfhulpboek Vergroot je zelfvertrouwen van psycholoog Robert Haringsma. Onze samenleving hecht nu eenmaal een enorm belang aan succes. Zolang je prestaties goed zijn, voel je je goed. Zodra het even tegenzit, voel je je ronduit belabberd. Het is daarom belangrijk dat je in je eigen ogen ook nog wat voorstelt als je faalt. Dat je er mag zijn, domweg omdat je een mens bent, even uniek als alle andere.

Zelfvertrouwen: prestaties en eigenwaarde
In zijn boek legt Haringsma uit dat een optimaal zelfvertrouwen is gebaseerd op een evenwicht tussen prestaties enerzijds en gevoel voor eigenwaarde anderzijds. Hij noemt die componenten respectievelijk ‘vaardigheid' en ‘waardigheid'. Beide aspecten kun je versterken. Voor zijn promotieonderzoek ontwikkelde Haringsma een training op basis van inzichten uit de positieve psychologie, de wetenschap die mentaal gezonde mensen wil helpen een zo gelukkig mogelijk leven te leiden: ‘Het is niet makkelijk om je zelfvertrouwen te vergroten, maar het is wel mogelijk.'

Het vergroten van je zelfvertrouwen
hoeft geen doel op zich te worden; als je er maar genoeg van hebt om je prettig te voelen. Een gezonde dosis zelfvertrouwen maakt je namelijk minder vatbaar voor allerlei psychologische problemen, en zorgt ervoor dat je het beste van jezelf durft te laten zien. Dat laatste is belangrijk, niet omdat je anders een nobody zou zijn, maar omdat mensen een sterk gevoel van geluk ervaren als ze zichzelf overtreffen.

Die vorm van presteren wordt ook wel flow genoemd, of bevlogenheid, of werkgerelateerd geluk. Else Ouweneel promoveert 15 juni op het verband tussen zelfvertrouwen en bevlogenheid. Zelfvertrouwen blijkt een belangrijke voorspeller van dit werkgerelateerde geluk. Wie bevlogen is, presteert beter. Dat versterkt weer het zelfvertrouwen - let wel, de ‘vaardigheidskant' ervan. Zo komt er een positieve spiraal op gang.

Zelfvertrouwen en stress

Neem Arjen Robben en zijn laatste gemiste penalty. Het staat buiten kijf dat de man kan voetballen. Maar toen het erop aankwam in de finale van de Champions League, wist hij de bal niet goed te raken. Ook dat heeft met een gebrek aan zelfvertrouwen te maken. Met ‘aangeleerde hulpeloosheid', om precies te zijn.

Cognitief neurowetenschapper en wetenschapsjournalist Ger Post legt uit hoe het zit met die hulpeloosheid. Omdat het Nederlandse elftal al tientallen jaren denkt dat de omstandigheden van een kolkend stadion toch niet na te bootsen zijn, leeft het idee dat trainen op het nemen van penalty's zinloos is. Dat idee alleen al is een recept om opnieuw te falen. Ten eerste, zegt Post, omdat de kans dan klein is dat ze fatsoenlijk op strafschoppen zullen trainen - laat staan onder druk, wat wel degelijk na te bootsen is. ‘Het is volgens hun trainer een loterij, dus waarom zouden ze?'
Het beeld van de loterij is nog om een andere reden fnuikend. Een loterij veronderstelt gebrek aan controle, een van de grootste angsten van de mens. ‘Gebrek aan controle leidt onder stress tot hoge cortisolwaarden, waardoor je eerder breekt. Een gevoel van controle zou juist tot lagere cortisolwaarden leiden en op die manier bescherming bieden tegen de druk van het moment.'

Ook de mate van zelfvertrouwen speelt een rol
Mensen met een hoog zelfvertrouwen schrijven een mislukking eerder toe aan de omstandigheden van het moment, waardoor ze zich bij een volgende gelegenheid niet zo snel uit het veld laten slaan. Mensen met een laag zelfvertrouwen wijten de mislukking eerder aan zichzelf, bijvoorbeeld aan een karaktertrek die moeilijk te veranderen is. Zij laten het hoofd eerder hangen: waarom zou het een volgende keer wel lukken?

Van pessimisme naar optimisme
Het is niet makkelijk, en als het op zelfvertrouwen en optimisme aankomt, verschijnen mensen niet gelijk aan de start. Deels is dat genetisch bepaald, zoals dat bij alle persoonlijkheidskenmerken het geval is. Opvoeding en (jeugd)ervaringen doen de rest. Het opgelopen verschil in zelfvertrouwen laat zich maar moeizaam overbruggen. Er moet eerst een behoorlijke lijdensdruk zijn voordat mensen hun gebrek aan zelfvertrouwen ter hand durven nemen.

Zo bleek ook uit het promotieonderzoek van Else Ouweneel. Ze bood werknemers een training aan om hun ‘psychologisch kapitaal', bestaand uit zelfvertrouwen, hoop, optimisme en weerbaarheid, te vergroten. Eerst vulden de proefpersonen een vragenlijst in om de beginstand van hun psychologisch kapitaal en van hun bevlogenheid te meten. Daarna mochten ze beslissen of ze ook de training wilden doen. Ironisch genoeg bleken vooral de mensen die al hoog scoorden op zelfvertrouwen en bevlogenheid gemotiveerd om aan de training te beginnen én om hem af te maken.
‘Dat is de selection benefit paradox', zegt Ouweneel. ‘
Juist degenen die er het meeste baat bij zouden hebben, beginnen er niet aan, of haken af.

door de Redactie van Intermediair

 

Deel dit artikel met je vrienden

Achtergronden en trends